Dr. Daphne Stam, SRON Netherlands Institute for Space Research, Utrecht
Heel lang dachten we dat onze aarde, en daarmee ook de mensheid, het middelpunt was waar alles omheen draaide. Als je naar de hemel kijkt, en zon, maan, planeten en sterren van oost naar west langs de hemel ziet schuiven, is dat ook helemaal geen gek idee.
In de 16e eeuw konden astronomen heel precies verplaatsingen van hemellichamen meten, en bedachten zij dat niet de aarde, maar de zon het middelpunt van alles moest zijn. Met net uitgevonden telescopen zag men de planeten rond de zon ook niet meer als minuscule lichtpuntjes, maar konden details onderscheiden worden. Zo bekeek Galileo berglandschappen op onze maan en zag manen rond Jupiter draaien. Onze eigen Christiaan Huygens ontdekte de ringen rond Saturnus en vond Titan, de grootste maan van deze planeet.
Zo drong het tot de mensheid door dat onze aarde slechts één van de planeten was. Huygens ging nog een paar stappen verder door op te merken dat onze zon niets bijzonders was, maar een ster als de duizenden die de nachthemel sierden. Huygens twijfelde er bovendien niet aan dat andere sterren ook planeten zouden hebben. Omdat zulke ‘exoplaneten’ heel erg weinig licht afgeven, zijn ze echter ontzettend moeilijk te vinden. Pas in 1995, 300 jaar na Huygens’ overlijden, werd de eerste exoplaneet ontdekt.
 A Trio of Super-Earths The System Gliese 667
Het bestaan van exoplaneten spreekt enorm tot de verbeelding omdat op aarde-achtige exemplaren wellicht ook aarde-achtig leven tot ontwikkeling is gekomen. Inmiddels weten we bovendien dat onze zon één van ongeveer 200 miljard sterren is die samen een sterrenstelsel vormen, en dat het heelal een paar honderd miljard sterrenstelsels bevat. Zelfs met een kans van slechts 1% dat een ster een aarde-achtige planeet heeft, en met een kans van 1% dat zich op zo’n planeet intelligent leven heeft ontwikkeld, dan zouden er in ons sterrenstelsel 20 miljoen planeten zijn met levensvormen die zich af zouden kunnen vragen of ze alleen zijn.
Inmiddels kennen we meer dan 450 exoplaneten en komen er bijna wekelijks nieuwe bij. Verreweg de meeste zijn grote gasplaneten, zonder vaste grond. Aarde-achtige planeten zijn relatief klein en om hen te kunnen vinden worden nieuwe, nog gevoeliger telescopen gebouwd. Daarmee zullen we ook de atmosfeer en het oppervlak van die planeten kunnen bestuderen en misschien tekenen van leven aantreffen, zoals zuurstof. Of er ook intelligent leven is, is moeilijker te bepalen, behalve als we, ironisch genoeg, vervuiling zouden aantreffen.
Totdat dergelijke ontdekkingen gedaan kunnen worden moeten we nog vele jaren geduld hebben, maar de eeuwenoude vraag “Zijn we alleen?” lijkt nu toch binnen afzienbare tijd beantwoord te worden.
(foto's: www.eso.org) |